HOOFDSTUK 2 @BRK#Ze hielden de nabespreking van Maddies oefening in een van de grote commandotenten. De drie beoordelende docenten zaten op gemakkelijke, met canvas beklede klapstoelen achter een geschraagde tafel, en ze bladerden door de rapporten van de examinatoren die haar vaardigheden bij alle toetsen hadden beoordeeld. Maddie stond voor de tafel, met de man die haar gevangen had genomen vlak achter haar. De docenten keken even op toen de canvas flappen van de tent werden weggeslagen en Will en Gilan binnen kwamen lopen. Harlon, de oudste van de drie, knikte even kort, ten teken dat ze welkom waren. Will was Maddies mentor, dus hij had het volste recht om mee te luisteren terwijl ze hun oordeel over haar prestaties naar buiten brachten. En Gilan, commandant van het korps Grijze Jagers, mocht gaan en staan waar hij wilde. Terwijl Will en Gilan naar de tent toe waren gelopen, hadden de beoordelende docenten zich laten vertellen hoe Maddie gevangengenomen was. Nu nam Harlon het woord. ‘Helaas kunnen we je voor ongeziene verplaatsing geen voldoende geven,’ zei hij. Zijn stem klonk mild. Hij was in het algemeen diep onder de indruk van de berichten die hem over Maddies prestaties hadden bereikt. Hij wierp nog maar eens een snelle blik op de rapporten die voor hem lagen uitgespreid. Schieten – uitstekend, las hij, en hij zag dat er een extra vel aan het rapport was toegevoegd. In tegenstelling tot andere leerlingen was ze niet alleen beoordeeld op haar behendigheid met pijl-en-boog, maar ook met de slinger. Tot zijn verbazing las hij dat ze voor zes verschillende toetsen meer dan 95 procent had gescoord. Met de slinger was ze zelfs nog beter dan met pijl-en-boog, terwijl ze daarmee toch al een uitstekende 92 procent had gehaald. Messenwerpen – uitstekend. Ongewapend vechten – heel goed. Kaarten maken – opnieuw uitstekend. Navigatievaardigheden – gemiddeld. En omdat ‘gemiddeld’ onder Grijze Jagers hetzelfde was als ‘uitstekend’ voor ieder ander, was ze daar dus ook heel goed in. Tactische voorbereiding – uitstekend. Hij bladerde door de rapporten en zag telkens weer uitstekende en bovengemiddelde beoordelingen. Hij was onder de indruk, en hij wist wel zeker dat dat ook voor zijn collega’s gold. De derdejaarstoetsen waren moeilijk. De examinatoren maakten het de leerlingen in dit stadium erg lastig. Ze waren dan over de helft van hun training, dus dan mochten er hoge eisen aan hen worden gesteld. Hij keek even op en wisselde een snelle blik met Will. De Jager met zijn grijze baard was bij de ingang van de tent blijven staan. Will was een van de allerbeste Grijze Jagers uit het hele korps, en hij was weer opgeleid door Halt, die in de Jagersgemeenschap niets minder dan een legende was. Harlon verplaatste zijn blik naar de slanke figuur tegenover hem. Maddie had haar kap naar achteren geslagen en haar korte haar zat flink door de war. Er zaten zelfs een paar sprieten gedroogd gras tussen. Ze stond kaarsrecht, en ze keek hem vastberaden en zelfs een tikkeltje uitdagend aan. Hij zag dat ze een klein beetje rood aanliep – hij nam aan dat ze er de pest in had dat ze haar perfecte score op het laatst alsnog had verspeeld. ‘Je hebt het al met al heel goed gedaan, Madelyn,’ zei hij. ‘Op de ongeziene verplaatsing na was je vrijwel foutloos.’ Hij gebaarde even naar de rapporten die voor hem op tafel lagen. Zijn twee medebeoordelaars, die elk hun eigen kopieën hadden, knikten instemmend. ‘Je resultaten zijn ruimschoots goed genoeg om naar je vierde jaar door te kunnen,’ zei hij. Hij zag dat ze haar schouders bij het horen van dat bericht een klein beetje ontspande. Maar twee tellen later zette ze zich alweer net zo schrap als daarvoor en haar verbeten kaaklijn keerde terug. Hij raapte zijn rapporten bijeen, klopte ze even op tafel om er een keurig stapeltje van te maken, en vervolgde zijn beoordeling. ‘Over een maand of drie verbeter je je resultaat bij de ongeziene verplaatsing vast,’ zei hij. ‘Een volgende keer lukt het je heus wel.’ ‘Het is niet eerlijk!’ Maddie kon zich niet langer inhouden en spuugde de woorden uit. Harlon legde zijn stapeltje rapporten op tafel en keek het boze gezicht tegenover zich met opgetrokken wenkbrauwen aan. ‘Niet eerlijk? Wat was er niet eerlijk? Ze hebben je toch op vijftig meter van je bestemming gevonden?’ ‘Ja, maar het was een toets van ongeziene verplaatsing,’ protesteerde ze. ‘En hij heeft me helemaal niet gezien! Hij ging toevallig op mijn hand staan!’ ‘Wilde je soms beweren dat ze je niet hebben gepakt?’ vroeg Harlon rustig. Maddie, bij wie alle remmen nu los waren, ging door. ‘Ik zeg dat niemand me heeft gezíén!’ Ze draaide zich om en wees op de man die haar had gevonden. ‘Het beste bewijs daarvoor is toch wel dat hij op mijn hand ging staan. Hij had geen idee dat ik daar lag. Het was een test voor ongeziene verplaatsing en hij heeft me dus niet gezien.’ ‘Tot je het uitschreeuwde en bewoog,’ antwoordde Harlon. ‘Toen zag hij je echt wel.’ Ze schudde fel met haar hoofd. ‘Maar het was toch geen test om te zien hoe ik zou reageren als er iemand boven op me ging staan?’ Ze was zich er goed van bewust dat ze zich nogal vreemd uitdrukte, maar ze kon zo gauw geen andere manier bedenken om haar gedachten onder woorden te brengen. ‘Het was een test in niet gezien worden,’ legde Harlon uit. ‘Wat denk je dat er gebeurd zou zijn als je niet had gereageerd? Je had ook je mond kunnen houden.’ ‘Natuurlijk kon ik mijn mond niet houden!’ antwoordde Maddie stampvoetend. ‘Die domme sukkel ging boven op mijn hand staan! U zou het ook uitgeschreeuwd hebben, hoor!’ De domme sukkel in kwestie, die net als de meeste Jagers slank en aan de kleine kant was, kon bij het horen van haar beschrijving van hem een glimlach niet onderdrukken. Hij mocht Maddie graag. Hij had gezien hoe ze de verschillende toetsen had doorstaan en hij was onder de indruk geraakt. Hij wist dat er aan haar hogere eisen werden gesteld dan aan de andere leerlingen, omdat ze een meisje was – het eerste meisje ooit dat de Jagersopleiding mocht volgen. Een heleboel mensen wilden haar maar al te graag alleen daarom al afschrijven. Ze moest het niet even goed als de jongens doen, ze moest de allerbeste zijn. ‘Mertin, wat was er gebeurd als Madelyn geen geluid had gemaakt?’ wilde de man rechts weten. De man die haar had gevonden, en die dus Mertin bleek te heten, haalde zijn schouders op. ‘Waarschijnlijk was ik dan gewoon doorgelopen. Ik dacht aanvankelijk dat ik op een afgebroken tak of een boomwortel was gaan staan.’ Hij glimlachte. ‘Maar toen die afgebroken tak heel hard “Au!” riep, begreep ik wel dat ik me had vergist.’ De rimpels tussen Maddies wenkbrauwen werden nog wat dieper. Harlon verlegde zijn blik van Mertin naar haar. ‘Heb je overwogen om je stil te houden?’ vroeg hij haar. Ze keek hem boos aan. ‘Ik overwoog helemaal niks. Hij ging lekker onhandig met zijn grote poten op mijn hand staan.’ Ze zweeg even, maar voegde er toen uitdagend aan toe: ‘Omdat hij me niet had gezien!’ ‘Hmm,’ reageerde Harlon, in gedachten verzonken. Gudris, de man rechts van hem, boog zich naar voren. ‘Vertel eens, Maddie,’ zei hij. ‘Waarom wilde je juist op dat veld door de linie heen proberen te breken? Het gras in de velden links en rechts ervan is immers een stuk hoger.’ Ze slikte haar boosheid in en dacht even na voordat ze antwoord gaf. ‘Ik dacht dat zij wel zouden denken dat ik voor dat hogere gras zou kiezen,’ legde ze uit. ‘De zoekers in het veld met het minder hoge gras zouden dan vast minder waakzaam zijn. En bovendien zouden die op grotere afstand van elkaar zoeken.’ De drie examinatoren wisselden een snelle blik met elkaar uit. Will en Gilan deden achter in de tent hetzelfde en Gilan knikte: dat had ze heel goed bedacht. ‘Heel goed bedacht,’ sprak Downey, de derde examinator, precies diezelfde woorden hardop uit en de andere twee knikten. Ze bewees er nog maar eens mee hoe goed haar tactische voorbereiding was geweest. ‘Maar ze werd wel betrapt,’ wierp Harlon tegen. Hij was bang dat het meisje van te veel lof naast haar schoenen zou gaan lopen. ‘Ja, omdat hij boven op me ging staan!’ protesteerde Maddie boos. Will keek weer even naar Gilan. Zie je wel, leek hij met die blik te willen zeggen. Gilan glimlachte. ‘Ja, we hebben nu wel vastgesteld dat dat pech was,’ zei Harlon, een tikkeltje kortaf. ‘Maar dat verandert niets aan het resultaat.’ Maddie merkte dat hij een andere toon aansloeg. Eerst had hij neutraal en zelfs enigszins welwillend geklonken, maar nu was wel duidelijk dat hij er genoeg van begon te krijgen. Ze begreep dat verdere tegenwerpingen alleen maar in haar nadeel zouden werken. Ze had haar mond al opengedaan om nogmaals tegen Harlon in te gaan, maar ze besloot toch maar te zwijgen. Harlon zag dat ze zich gewonnen gaf en knikte instemmend. Hij ging op een wat meer verzoenende toon verder. ‘Hoe het ook zij, Maddie, je prestaties bij deze toetsen waren uitstekend en ik feliciteer je van harte dat je het derde jaar met goed gevolg hebt afgerond.’ ‘Zo is het,’ stemden Downey en Gudris met hem in. Er verscheen een flauw glimlachje op Maddies gezicht, maar haar gezicht was nog rood van al haar protesten en ze had ook nog steeds de smoor in dat haar door pure pech een perfecte score door de neus was geboord. Harlon keek even naar de twee Jagers die achter het meisje stonden en richtte zich tot Will. ‘Jij ook gefeliciteerd, Will,’ zei hij. ‘Haar prestaties zijn ook goede reclame voor jouw training en begeleiding.’ Will haalde zijn schouders op. ‘Ik help ze slechts op weg, Harlon,’ zei hij. ‘Maddie levert haar prestaties helemaal zelf.’ ‘Uiteraard,’ zei Harlon. Inwendig moest hij om Wills bescheidenheid glimlachen. Hij keek weer naar Maddie en pakte haar bronzen eikenblad van de tafel. Dat had ze daar aan het begin van de beoordeling neergelegd en hij gaf het haar nu terug. ‘Alsjeblieft, Maddie. Het doet me genoegen je mede te delen dat je over bent naar het vierde jaar van je training bij Jager Will.’ Maddie nam het eikenblad in ontvangst en liet de ketting waar het aan bevestigd was om haar hals glijden, tot het bronzen bedeltje netjes op haar borst hing. Als ze haar toetsen niet had gehaald zou er een klein gaatje in het blad zijn geslagen. Wie in de loop van de training drie van dat soort gaatjes opliep, kreeg het vriendelijke verzoek om het korps te verlaten. Ze was er erg trots op dat haar eikenblad, een symbool van haar niveau als leerling-Jager, nog ongeschonden was. Harlon schoof zijn stoel naar achteren, stond op en boog zich met uitgestoken arm naar voren om haar de hand te schudden. Gudris en Downey volgden zijn voorbeeld. Maddie boog haar hoofd bij wijze van dank voor de felicitaties. Toen ze zich omdraaide om weg te gaan stond Mertin, de jonge Jager die haar had gevonden, tegenover haar. Ook hij stak zijn hand uit. ‘Gefeliciteerd, Maddie,’ zei hij. Ze aarzelde. Ze was nog altijd boos over de manier waarop hij haar had gevonden. Maar zijn glimlach was hartelijk en de felicitatie klonk oprecht. Ze schudde hem de hand. ‘Bedankt,’ voegde ze eraan toe, en daarop volgde onwillekeurig een glimlach. Het was onmogelijk om boos te blijven op iemand met zo’n vrolijk humeur. ‘Je mag trots op jezelf zijn,’ zei hij. ‘Een op de vier leerlingen komt niet eens zo ver zonder minstens één keer een jaar over te moeten doen.’ Ze wist even niet wat ze daarop moest zeggen. Ze had er geen idee van gehad dat zoveel leerlingen zo’n moeite met de hele opleiding hadden. Will had haar dat in elk geval niet verteld. Hij had haar natuurlijk niet willen lastigvallen met de mogelijkheid dat er iets mis kon gaan, en Maddie zelf had daar ook nooit erg over nagedacht. Ze trok haar hand uit die van Mertin terug, mompelde nog een keer vaag dankjewel en liep naar Will en Gilan, die haar een eindje verderop opwachtten. Haar mentor sloeg de flap van de tent weg en gebaarde dat ze voor mocht gaan. Gilan en hij kwamen achter haar aan, en ze liepen samen naar het verzamelveld, waar ze naast elkaar hun drie kleine eenpersoonstentjes hadden neergezet. Aanvankelijk zwegen ze, maar na een tijdje kon Maddie zich toch niet inhouden. ‘Ik blijf zeggen dat het niet eerlijk was,’ zei ze zachtjes. Will keek haar even van opzij aan. ‘En ik denk dat je dat zal blijven vinden tot je over drie maanden je herexamen mag doen.’ Zijn toon maakte duidelijk dat hij zo langzamerhand wel klaar was met haar protesten. Maar Gilan had er nog wel iets over te zeggen. ‘Maddie, als je echt vindt dat je slecht bent behandeld dwing je me tot een onderzoek. Ik ben tenslotte commandant. Is het je bedoeling een officiële klacht in te dienen?’ Maddie was stomverbaasd dat iemand kon denken dat ze het gezag van de commandant van de Jagers wilde inschakelen. ‘Lieve hemel, nee Gilan!’ zei ze snel. ‘Ik zie jou toch niet als de commandant?’ ‘Nou, heel hartelijk dank,’ antwoordde Gilan. ‘Ik ben blij dat mijn gezag zo weinig te betekenen heeft.’ Ze haastte zich om haar woorden nader uit te leggen. ‘Ja, ik weet natuurlijk wel dat je commandant bent, en daar heb ik ook alle respect voor. Maar ik beschouw je toch vooral als een vriend.’ ‘Mooi zo,’ antwoordde Gilan. ‘Laat me je dan als vriend wat goede raad geven. Leg je neer bij de beslissing en hou er verder over op. En vergeet dat in de toekomst vooral niet. Je bent misschien wel de allerbeste in ongeziene verplaatsing van ons allemaal…’ ‘Echt waar?’ vroeg Maddie, en haar gezicht lichtte op. Gilan keek haar een tijdje zonder iets te zeggen aan. ‘Bij wijze van spreken dan,’ zei hij, waarop de blijdschap om het compliment meteen weer van haar gezicht verdween. ‘Maar zelfs al was je echt de allerbeste,’ ging hij verder, ‘dan nog horen toeval en pech er gewoon bij. Een kleine vergissing of een onverwachte gebeurtenis, je kunt er altijd tegenaan lopen. Dat mag je nooit vergeten.’ Ze dacht een tijdje over zijn woorden na en knikte toen. ‘Je hebt gelijk, Gilan. Het spijt me.’ Ze draaide zich naar Will toe. ‘En ik zal hier niet over door blijven gaan als we weer thuis zijn,’ beloofde ze. Will grijnsde. ‘Eerst zien, dan geloven.’ Voordat ze daarop kon reageren vestigde Gilan hun aandacht op iemand die het zich bij het vuurtje voor hun drie tentjes gemakkelijk had gemaakt. ‘Als ik me niet héél sterk vergis hebben we daar onze vriend Halt,’ zei hij. ‘Ik ben benieuwd wat hij hier komt doen,’ mompelde Will. ‘Dat zullen we gauw genoeg weten,’ zei Maddie op gespeeld zelfingenomen toon. Het was het soort antwoord dat Will haar altijd gaf als ze weer eens een voor de hand liggende vraag stelde, en ze was blij dat ze de rollen nu eens kon omdraaien. ‘Ik geloof dat ik je toch liever hoorde jammeren dat er iemand op je hand was gaan staan,’ zei Will.